Verhaal,

Bij mijn opname leerde ik om gepieker om te zetten in positieve gedachten

0
Shares

Bart Robbers, geboren in 1958 in Oss, had een fijne jeugd tot de middelbare school. “Ik kwam ineens in een onbekende omgeving, en had ook geen idee hoe ik moest leren.  Ik verzoop daar gewoon. Ook had ik weinig aansluiting met mijn leeftijdsgenoten. Daardoor strandde ik dat eerste jaar en koos toen voor een mavo/havo; daar haalde ik in één keer de havo. Het was daar ook minder massaal. Op het vwo kreeg ik echter opnieuw grote aanpassingsproblemen en redde het niet, al haalde ik later alsnog mijn vwo-diploma.”

Van 1 naar 87

“Mijn ziekte begon rond mijn vijftiende. Op een avond belde ik met vrienden uit nieuwsgierigheid een 06-nummer (toen net in opkomst). Het sprak me erg aan, omdat je niemand hoefde aan te kijken; ik had namelijk veel moeite met contact maken. Steeds vaker belde ik zo’n nummer, tot mijn ouders een telefoonrekening van duizend gulden kregen. Van mijn vijftiende tot mijn veertigste vormde die verslaving (later ook aan internet) de rode draad. Doordat het veel geld kostte, kwam ik in de schuldhulpverlening. Gesprekken met een psycholoog stopten steeds na een paar keer; ik vond dat ik het alleen moest kunnen.

Toen ik in de periode 1988-2008 werkte als boekhouder, kwam die verslaving steeds vaker terug. Ook had ik allerlei dwanghandelingen: als ik factuurnummer 87 moest opzoeken, begon ik te tellen bij 1. En doordat het sociaal gezien niet lekker liep met collega’s, durfde ik ook niet aan te geven als het niet goed ging. Zo liep ik steeds vast. In die periode (eind 2008) zat ik alleen nog maar te internetten en betaalde ik mijn huur niet meer. Pas toen mijn huurbaas dreigde me op straat te zetten, besefte ik dat ik echt hulp nodig had. Als eerste in Nederland ging ik voor mijn internetverslaving in ambulante behandeling bij Novadic-Kentron. Een therapeut vermoedde dat er meer speelde dan en liet me opnemen voor een diagnose. Het bleek dat mijn internetverslaving vooral voortkwam uit eenzaamheid. Ik had altijd veel moeite om aansluiting te vinden bij anderen. Uiteindelijk kreeg ik de diagnose ‘syndroom van Asperger’ (een vorm van autisme).

Als een vis in het water

“In mijn tijd als boekhouder zat ik een keer in de kas en werd ik op staande voet ontslagen. Ik kreeg een taakstraf bij Stichting Info-Meer, waar ik in april 2009 begon met het ontsluiten van het folderbestand. Ik voelde me er erg op mijn gemak: ik kon mijn verhaal kwijt zonder gek gevonden te worden. Ook ging ik herstelcursussen volgen. Mijn herstel ging sindsdien in een stijgende lijn. Wel vond ik de overgang van Info-Meer naar Centrum FAMEUS in 2015 lastig. Ik dacht zelfs aan stoppen, maar mijn begeleider opperde om het gewoon een paar maanden te proberen. Sindsdien heb ik nooit meer gedacht aan stoppen. FAMEUS is een veilige, vertrouwde omgeving waar ik me als een vis in het water voel. De cursussen en opleidingen zijn veel professioneler en gestructureerder; ook leerde ik hier om proactiever te zijn door zelf ideeën te opperen. Eerst riep ik dat ik hier mijn pensioen zou halen, maar nu kijk ik verder. Ik volg nu een opleiding ervaringsdeskundige in de zorg en ben co-trainer bij Herstellen doe je zelf en WRAP-facilitator – terwijl ik altijd riep dat ik geen opleiding ging doen en geen trainer wilde worden. Het kan verkeren!

Het lotgenotencontact bij Info-Meer en FAMEUS hielp erg bij mijn herstel, vooral door de herkenning en erkenning. Je ontdekt dat je niet gek bent en elkaar kunt ondersteunen. Ook probeer ik via vragen mensen zelf de oplossing te laten vinden; dat is voor henzelf prettiger. Als iemand ervaringsdeskundige wil worden, vraag ik hoe hij dat wil gaan doen; zo kan hij zelf ontdekken of iets haalbaar is. Soms adviseer ik om te beginnen met een cursus als ‘Wat is herstel?’ of gastlessen te gaan geven. Zo zijn er bij FAMEUS best veel mogelijkheden.

Over een paar jaar wil ik graag als ervaringsdeskundige werken in een team, bij voorkeur met jongeren met autisme; ik wil nog ontdekken of ik dat in groepen of individueel wil doen. Ook wil ik WRAP-facilitator blijven, en welllicht zélf facilitators opleiden.

Verder leef ik vooral bij de dag. Ik prijs me gelukkig dat ik heel optimistisch ben; daardoor zal ik niet snel in een depressie raken. Vroeger piekerde ik veel, maar tijdens mijn opname leerde ik dat om te zetten in positieve gedachten. Ik denk ook niet in problemen, maar in oplossingen. Behalve als iemand met een depressie zijn verhaal wil doen; dan kun je beter gewoon luisteren en present zijn. Bij de inloop gaan mensen die eerst nog vol zaten met hun ervaringen, vaak toch met een glimlach weer naar huis. Gewoon luisteren zonder oordeel geeft voldoening.”