Verhaal,

Ik heb zelf ervaren hoe flinterdun de lijn tussen ziek en gezond is

0
Shares

Jos van Zaanen (praktijkopleider tot verpleegkundig specialist bij GGz Breburg) ondervond maar liefst drie keer in zijn leven hoe flinterdun de lijn tussen ziek en gezond is. “Je bent gezegend als je aan de ene kant van de lijn staat, maar er hoeft maar íets te gebeuren en je staat aan de andere kant.”

Briefje in de portemonnee

Tijdens zijn opleiding hbo-v (1983-1987) was Jos vier jaar lang gokverslaafd, met forse schulden en veel drank. “Ik leidde een dubbelleven, tot ik besefte ik dat ik hulp nodig had. Op advies van een therapeut schreef ik op een briefje welke schade mijn gokgedrag aanrichtte. Als ik wilde gokken, las ik dat briefje en zocht ik een andere omgeving op.” Zo leerde hij nieuwe gedragspatronen aan. Bij verslaving is volgens Jos sprake van een ‘addictive personality’, waarbij je je steeds verliest in iets. Om dat te overwinnen, moet je opnieuw beginnen en oude relaties verbreken. Inmiddels heeft Jos al jaren een goede baan en een goed gezin. Vanwege zijn verslavingsgevoeligheid legt hij zichzelf beperkingen op (zoals niet drinken) en maakt hij met zijn vrouw concrete afspraken. Veel baat heeft hij van een zelfhulpgroep van de AA (Anonieme Alcoholisten).

Naast zijn verslaving kreeg Jos 23 jaar geleden plots gezichtsverlamming (Bellse paralyse). Hij kon geen licht of geluid meer verdragen en kon pas na maanden weer werken. Doordat zijn gezichtszenuwen niet meer goed werken, morst hij vaak en zakt zijn gezicht links in als hij moe is. “Maar ik ben er goed van afgekomen en heb veel steun van mijn vrouw.”

Voodoopoppetje

Het laatste incident was toen hij drie jaar terug bij een reis naar Afrika ongemerkt dysenterie opliep. Die joeg de koorts op en ontregelde zijn diabetes; dat leidde tot een kanjer van een delier. “Op een nacht raakte ik volledig in de war; zo dacht ik dat een naaste me met een voodoopoppetje bestuurde. Ik moest naar het ziekenhuis en lag acht uur verward in een busje. Ik had het ontzettend koud en hield superalert mijn familieleden in de gaten, want ik dacht dat zij steeds het raampje opendeden. Van alle kanten voelde ik het gevaar op me afkomen en wilde ik controle houden. Maar vooral was ik heel angstig. De verwardheid raakte na behandeling in het ziekenhuis al snel op de achtergrond. Terug in Nederland werd echter alleen mijn bloed onderzocht. De symptomen verdwenen, maar de onderliggende oorzaak (de dysenterie) werd niet goed aangepakt. Snel kreeg ik weer hoge koorts en werd ik opnieuw angstig en verward. Uiteindelijk onderzocht mijn huisarts me verder: na twee tabletten antibiotica knapte ik weer snel op. Wel meed ik familiebezoek; dat zou alles weer triggeren. Ik heb me nooit gerealiseerd dat die angst ook na je herstel nog zo diep doorwerkt en ineens weer kan opflakkeren. Ik heb nu zelf ervaren hoe vreemd en overtuigend een psychose (delier) is. Zelf werk ik veel met psychotische mensen; ik weet nu wat ze meemaken als ze erg in de war zijn en hoe eng dat is. Vreemd vond ik vooral de verwondering en de alertheid in dat busje. Psychiater Jules Tielens zegt: ‘als je psychotisch bent, word je als een magneet in je gedachten ergens naartoe getrokken.'”

Meer compassie

“In mijn ruim 30 jaar als hulpverlener heb ik dus meermaals aan de andere kant gestaan; daar ben ik ook open over. Als je tegen cliënten vertelt dat je dingen herkent, werken ze eerder samen. Ook snap ik nu beter hoe heftig iemands lijden kan zijn; ik heb meer compassie. Hoewel mijn verwardheid maar heel kort duurde, was dat al fors lijden; dat wil ik nooit meer meemaken. Ik kan me voorstellen dat iemand die er weken mee rondloopt, er net zo goed vanaf wil. Mijn focus is ook verschoven van behandelen naar luisteren en je in die persoon proberen te verplaatsen. En omdat het lijden 24 uur doorgaat, moet je beschikbaar zijn. Ik geloof vooral in iemands eigen verhaal; dat maakt het lijden persoonlijk. Met DSM-diagnoses heb ik niet veel; die vindt men vaak stigmatiserend. Het is ook arrogant dat we het denken te snappen uit leerboeken. Ik heb altijd geleerd: E = K x A (effect is kwaliteit maal acceptatie). Als de acceptatie nul is, is het effect ook nul. En als iets niet werkt, moet je wat anders doen. Daarom kun je maar beter zo goed mogelijk aansluiten bij de cliënt. Het mooie is wel dat cliënten steeds mondiger worden en meer zelf aangeven met wie ze willen werken.

Toen ik herstelde van de gezichtsverlamming voelde ik echt de hopeloosheid: kan ik nog wel werken? Omdat je vaak slechte informatie krijgt, snap ik nu beter dat mensen hun eigen weg willen volgen. Als hulpverlener wil ik nu laten zien dat het iedereen ineens kan overkomen. Soms ben je patiënt, soms hulpverlener, maar je bent in eerste instantie mens.”