Author

header_lemon_openapp
Verhaal,

Ik ben wijs, maar iedereen vindt mij zo naïef

In mijn hele leven is er zoveel gebeurd. Nu al. Maar toch durf ik te zeggen dat ik meer heb meegemaakt dan de gemiddelde volwassene. Ze zeggen altijd elk huisje heeft zijn kruisje. Maar mijn huisje heeft er zo’n tweehonderd. Al die kruisjes hebben mij gevormd. Ik ben wie ik vandaag ben door alles wat ik in het leven al heb meegemaakt. Is dat positief? Geen idee. Ik ben emotioneel heel sterk, maar wanneer er nog een kruisje bijkomt ben ik er ook vrij zeker van dat ik meteen instort. Ik ben wijs, maar iedereen vindt mij zo naïef. Niemand ziet hoeveel ik nadenk. Iedereen zegt dat ik te veel praat, te oppervlakkig ben. Maar ik denk zo veel na. Altijd. Mijn hoofd is nooit stil. Ik heb nooit geen gedachten. Ik denk altijd ergens aan. Vaak aan iets serieus.

Ik heb een depressie. Deze depressie is soms heel erg en zwaar. Ik kom dan dagenlang niet meer mijn bed uit en doe aan automutilatie. Soms merk ik amper dat de depressie er is. Ik weet dat hij er zit maar hij is zo ligt dat ik er niet heel de tijd aan hoef te denken. Het is een deel van mij. Geen rugzak die ik met mij mee draag. Het is meer een extra ledemaat. Het zal altijd aan mij vast zitten. Ik zal het nooit kwijtraken. Het is wel een heel bijzonder lichaamsdeel. Het zit op mijn schouders. Als een soort sjaal van huid, om mij heen gedrapeerd. Soms is het een flinterdun stuk huid. Het is een stuk vel, alsof ik verbrand ben in de zon en dit stuk oude huid los op me ligt. Alleen kan ik nooit vervellen en het van me aftrekken. Soms voelt de huid veel zwaarder. Het is dan alsof er extra vet in het stuk huid zit. Soms zit er zoveel vet in, ik heb dan een stuk obesitas op mijn schouders drukken. Het is zo zwaar dat ik niks meer kan doen dan in bed liggen. Als ik op zou staan zou ik het niet met me mee kunnen dragen. Het weegt te veel.

Vroeger dacht ik altijd dat ik het kwijt zou kunnen raken. Het stuk huid zou afvallen, zodra ik alles vergeet. Er gewoon niet meer aan denk. Maar hoezeer ik het stuk huid op mijn schouders ook negeer, het verdwijnt niet. Net zoals je neus. Je hersenen kiezen ervoor om het te negeren, maar eigenlijk kijk je er altijd tegenaan. Wanneer je in de spiegel kijkt, of eraan voelt, word je eraan herinnert dat het er zit. Later dacht ik dat door hard te werken en na veel therapie het steeds meer zou slinken en uiteindelijk volledig weg zou gaan. Maar therapie is geen chirurgie. Je kunt het niet zomaar verwijderen, zelfs niet met de hulp van een professional.

Ik heb een aantal andere rare zaken aan mijn lichaam. Zaken die alleen ik kan zien. Toch zit het er. Ik raak het nooit meer kwijt. Ik heb een grote brandwond. Het zit aan de linker kant van mijn romp. Het loopt van mijn heup helemaal door tot aan mijn oksel. Het gaat van het midden van mijn rug tot net voorbij mijn linkerborst. De grens van deze brandwond is donkerrood. Het is vers en soms begint het opnieuw te bloeden. Het centrum van de brandwond is volledig weggebrand. Het is zwartgeblakerd. Het is niet als verbrand vlees normaal is, zwart en krokant. Het is als verbrand papier, of houtskool. Het is licht, breekbaar en bladert af als je het aanraakt. Het is droog en waait weg als er wind langs zou komen. Ik probeer het weg te schrapen. Een verbrande rand van papier valt ervan af als je erlangs gaat, mijn brandwond blijft zitten. In mijn hoofd probeer ik het altijd letterlijk van me af te zetten. Ik duw het met beide handen van de rest van mijn lichaam weg. In realiteit blijft het zitten. Het rookt nog na.

Dit zijn hele permanente delen van mijn lichaam. Ik ben erachter gekomen dat het waarschijnlijk nooit helemaal zal genezen of weg zal gaan. Vroeger dacht ik van wel, soms wens ik dat ik die illusie nog steeds heb. Als motivatie. Nu ik weet dat het nooit helemaal weg gaat. Waarom zou ik nog mijn best doen? Er zijn andere vreemde delen aan mijn lichaam. Mijn vagina is heel wispelturig. Soms kan ik er niet vanaf blijven. Ik masturbeer dan elke dag, soms meerdere keren op eenzelfde dag. Ik kijk er porno bij en kom spectaculair klaar. Maar zodra het orgasme gekomen is voel ik me vies en schuldig. Ik voel me vreselijk goedkoop. En naakt en kwetsbaar. Opeens voelt het alsof iemand anders aan mijn lichaam heeft gezeten. Ik wil dan meteen gaan slapen en niks meer voelen. Zo ontzettend vies! Soms masturbeer ik dagenlang niet. Ik durf niet bij mijn vagina in de buurt te komen. Zelfs het woord vagina jaagt me angst aan. Ik vind het vervelend om af te vegen op de wc. Zelfs de stof van mijn onderbroek voelt akelig tegen dat stuk huid aan.

Seks is moeilijk. Ik blijf terugdenken aan toen. Ik ben heel erg verliefd op mijn partner. Ik houd van hem zoals ik van niemand anders zou kunnen houden. Hij is mijn ware liefde. Dit is een van de weinige dingen waar ik vrij zeker over ben. Ik vind hem aantrekkelijk en lief en geweldig. Hij kan mij opwinden. Hij kan me heel lief strelen. Ik kan hem willen. Samen die intense ervaring willen doormaken. Maar zodra het gebeurt denk ik weer aan toen. Aan de dwang. Aan het feit dat ik niet weg kon. Aan het verstijven en hem maar zijn gang laten gaan. Aan de gevoelloze staat waarin ik was. Aan hoe goedkoop en vies ik me voelde. En voor ik het weet denk ik er niet aan, ik ben er weer. Het gebeurt weer met me. Ik ben terug in die vreselijke momenten. Ik ben bang. Ik ben in paniek. Ik word verkracht. Ergens in me vind ik de kracht om tegen te stribbelen. Ik krabbel onder hem vandaan. Probeer hem weg te duwen. Dan zie ik mijn partner weer en begin te huilen. Het was niet echt. Ik was niet echt terug bij hem. Waarom had ik toen niet tegengestribbeld? Waarom was ik toen niet onder hem uit gegaan zoals ik nu deed? Ik begin te huilen.

header_avocado_openapp
Verhaal,

Mijn situatie besprekbaar maken bij mijn leidinggevende was ook al heel hoge drempel voor mij

Iemand die vultime werkt brengt 40 uren per week met zijn collega’s per dag door. Wij beseffen meestal niet dat we vaak meer tijd door brengen met onze collega’s dan onze familieleden zoals onze ouders, zussen en/of broers. Zo veel tijd doorbrengen met collega’s is pas leuk als iemand in een veilige werkplek met plezier werkt.

Maar Wat als je in een onveilige werkomgeving werkt waar je seksueel intimideerd wordt? Ik ga je zo meteen mijn verhaal vertellen. Hoe ik jarenlang seksueel intimideerd werd, hoe dat voelt, hoe moeilijk het is en hoe ziek ik van werd.

Seksuele intimidatie begon met “onschuldige” grapjes en vervelende opmerkingen. Ik wist niet wat bijpassend zou zijn op het werk en wat niet. Soms vroeg ik me af of dat aan mij lag. Was ik degene die daar last van had? Mocht de dader dan zomaar opmerkingen/grapjes maken over mijn lichaam? Of mij ongewenst aanraken, knijpen of zoenen? Uiteindelijk wist ik dat het niet aan mij lag.

Ik was elke ochtend met angstgevoel naar mijn werk en helemaal gestresst terug naar huis. Ik lag in mijn bed met schuldgevoel naast mijn echtgenoot. Ik voelde me zo schuldig omdat ik het niet kon laten ophouden.

Tussendoor heb ik echt van alles geprobeerd om de dader te laten stoppen. Ik heb tegen hem verteld hoe vervelend ik het vond en dat ik niet gediend heb. Hij wou niet stoppen. Echter genot hij van zijn handelingen en het was voor hem een manier om zijn macht te tonen en gebruiken. Ik voelde me echt hopeloos en machtloos.

Mijn situatie besprekbaar maken bij mijn leidinggevende was ook al heel hoge drempel voor mij. In eerste instantie durfte ik niet te vertellen wat er aan de hand was. Daarom vroeg ik aan hem of ik naar een andere ploeg mocht gaan werken. Hij was alert en wou heel graag weten waarom ik naar andere ploeg wou. Hij voelde dat er iets niet klopte en bleef door te vragen om achter te komen wat er aan de hand was. Na een lang gesprek vertelde ik hem waar ik tegen aan liep.

Hij gaf meteen aan dat hij geen ervaring hiermee had als een leidinggevende en dat hij volgende dag hierop terug zou komen. Volgende dag gingen we verder over mijn situatie te praten. Ik wou niet dat alle collega’s hiervan iets wisten omdat ik me schaamde en was ook bang om een officiele klacht te indienen. Toen adviseerde mijn leidinggevende mij dat ik met vertrouwenspersoon kon praten. Hij heeft voor mij een afspraak gemaakt bij vertrouwenspersoon en ik vertelde haar ook waar het over ging.

Ik wou alleen maar zorgen dat de dader ophield met zijn ongewenst gedrag. Daarom wou ik met hem nog een keer spreken (met vertrouwenspersoon erbij) en nog eens aankaarten dat ik graag wou dat hij met zijn ongewenste gedragen ophield. Ik dacht dat de oplossing zo makkelijk zou zijn. Na een gesprek als volwassene mensen komen we uit, dacht ik. Maar hij ontkende alles. Hij zei dat ik hem zwart wilde maken en dat hij niet op allochtonen viel. Hij wou niet verder met dat gesprek en liep kamer uit. Het was een grote teleurstelling geweest en ik was kwaad! Toen heb ik besloten een officiele klacht in te dienen bij PZ.

Mijn alle klachten moest ik kunnen bewijzen. Ik was bang om niet te geloofd te worden.  Mijn werkgever heeft een onderzoekbureau ingeschakeld en bijna iedereen bij onze afdeling werd uitgenodigd voor een gesprek. Er waren eerlijke mensen die vertellen wat ze al gezien en gemerkt hadden op werkvloer.

Er waren ook mensen die al heel veel gezien hadden maar hierover niks wilden vertellen. Er waren mensen die eigenlijk niet gezien en/of gehoord hebben maar mij ook niet (wilden) geloven. Mensen waren zelf bang om hun baan te verliezen als ze vertellen wat ze wisten.

Ik kon niet alles bewijzen maar dankzij bepaalde collega’s die wat gezien hebben en durven te vertellen, kon ik een enkele klachten van mijn wel bewijzen.

Dader werd toch niet ontslagen maar wel verplaats naar een andere afdeling. Mijn werkgever wilde hem graag nog houden als werknemer en vond dat de dader heel goed zijn werk deed. Dader moest een soort gedragstherapie volgen en hij mocht gewoon blijven werken. Dus mijn werkgever bod meer kans aan dader en wilde niet zien hoe het met mij ging na hun beslissing.

Ik kwam de dader regelmatig tegen op de andere afdeling of in de kantine. Hij zat vaak in de kantine heel dichtbij mij en lachte zo hard om mij te irriteren. Er waren best veel mensen die in zijn verhaal geloven en denken dat ik hem zwaart maakte met de leugens. Ik had geheimhoudingsverplicht en wou ook niet zo graag hierover nog spreken op het werk.

Seksuele intimidatie was gestopt maar ik werd gepest door mensen in dader geloven. Zelfs een van de afdelingchef, een van de beste collega van dader peste mij. Ze maakten allemaal mijn werkdag zo zuur. Ik wilde daar niet stoppen met werken. Het was in mijn ogen vluchten en een groot verlies. Deze attitude van mij was een grote vergissing. Na een tijd was draaglasten zo meer dan mijn draagkracht. Ik ontwikkelde angstklachten en raakte zwaar depressief. Uiteindelijk raakte ik mijn baan ook kwijt omdat ik heel erg ziek van werksituatie werd.

Wat ik nog steeds heel raar vind, is dat mijn werkgever een training voor dader geregeld heeft maar geen enkele aandacht besteed hoe met de slachtoffer is gegaan na al die slechte gebeurtenissen.

Voor diegene die mijn verhaal gelezen heeft en wil weten hoe het afgelopen is met mij:

Het gaat nu goed met mij. Ik heb heel veel geleerd van wat er allemaal gebeurd is. Ik werk niet meer in een productiebedrijf als meewerkende voorvrouw. Tegenwoordig volg ik een HBO-opleiding en ben van plan in de toekomst mensen te helpen.